banner
   
Home Mississippi alligator - Alligator mississippiensis Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Mississippi alligator de Oliemeulen 2011 Mississippi alligator de Oliemeulen 2011
De Mississippi-alligator is een grote, donkere krokodil-achtige met een brede, stompe snuit.

Het is een echte moerasbewoner en graaft in tijden van droogte zijn eigen poel.

De Amerikaanse alligator heeft 5 rijen voortanden en 13 tot 15 rijen tanden in de bovenkaak en 19 of 20 rijen kiezen in de onderkaak, het totale aantal tanden varieert van 74 tot 80.

Van alle thans levende dieren heeft de Amerikaanse alligator de grootste bijtkracht.

Deze wordt gesteld op 963 kilo.

Vervolgens de haai met 136 kilo en de mens met 77 kilo.
Zowel droge als koude perioden worden doorstaan in een zelfgegraven hol, dat gegraven wordt met de snuit en de staart.

In koelere perioden worden deze tunnel-achtige graafsels bewoond door andere dieren.

Bij aanhoudende droogte gaat de Amerikaanse alligator actief op zoek naar een waterbron, wat er in door mensen bewoonde gebieden toe kan leiden dat het reptiel wordt aangetroffen in zwembaden en vijvers.

De alligator houdt een korte winterslaap rond december maar komt er soms tussentijds uit als de temperaturen hoger worden.
 

Zuidoosten van de Verenigde Staten

25-60 eieren

   
Leefomgeving Broedtijd
   

zoetwater-moerassen, rivieren, meren en kleinere wateren

65 dagen

   
Voedsel Leeftijd
   

kleine zoogdieren, vogels, reptielen en aas

ruim 70 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

♂ tot 5.00 m.
♀ tot 3.00 m.
tot 450 kg.

ook bekend als Amerikaanse alligator

Opmerkelijk is dat bij lagere tempe-raturen er minder voedsel wordt opgenomen en bij een temperatuur beneden 23 graden celsius wordt niet meer gegeten.

Als de eieren worden uitgebroed bij temperaturen variërend tussen 32-34°C worden het mannetjes, bij temperaturen
23-30 °C worden het vrouwtjes.
De Amerikaanse alligator is endemisch in de Verenigde Staten en komt voor in het zuidoosten van het land in de staten Alabama, Arkansas, North & South Carolina, Florida, Georgia, Louisiana, Mississippi, Oklahoma en Texas.

Er zijn tegenwoordig ongeveer 1 miljoen exemplaren in het wild en de soort is in het gehele verspreidingsgebied vrij algemeen.

De habitat bestaat uit zoetwatermoerassen, rivieren, meren en kleinere wateren, enigszins brakwater wordt getolereerd.

In mangrovemoerassen wordt de alligator soms in wateren met een hoger zoutgehalte aangetroffen.

Klieren om zout af te scheiden ontbreken echter in tegenstelling tot de krokodillen, waardoor de alligator in zee maar korte tijd kan overleven.


Bij de voortplanting wordt niet alleen gebruikgemaakt van visuele waarneming, ook worden geurstoffen afgescheiden en trillingen in het water geproduceerd om het andere geslacht te lokken.

De alligator slaat met de kop op het water om de aanwezigheid kenbaar te maken.

Indien een koppeltje elkaar gevonden heeft wordt met de kop langs de rug gewreven, dit uren durende ritueel dient waar-schijnlijk om de sperma- en eicellen gesynchroniseerd te laten vrijkomen.

Het nest wordt aan het begin van de zomer gemaakt van modder en plantendelen en wordt op enige hoogte, tot ongeveer een meter, gebouwd om een voor de eieren fatale overstroming te voorkomen.

Soms wordt een eenmaal gegraven nest plotseling verlaten, soms wordt het door een ander vrouwtje wel geschikt bevonden en alsnog gebruikt.
Er bestaan 2 soorten echte alligators, name-lijk de Mississippi alligator en de Chinese alligator.

Na een lange periode van uitroeiing op grote schaal, van ongeoorloofd
jagen en van het vernietigen van zijn natuurlijke omgeving, heeft de Mississippi alligator nu eindelijk zijn voortbestaan kunnen verze-keren.

De Chinese alligator wordt echter, ondanks het feit dat hij nu beschermd is, nog steeds bedreigd.



Chinese alligator
Jonge alligators eten voornamelijk schelpdieren, kleine vissen, kikkers en insec-ten, terwijl vol-wassen exem-plaren hoofd-zakelijk vissen, vogels en zoog-dieren eten. Na het afzetten van de eitjes blijft het vrouwtje bij het nest om het te bewaken.

Het aantal eitjes varieert van 20 tot 50 (meestal 40-45), en na een incubatietijd van ongeveer 65 dagen, afhankelijk van de temperatuur komen de jonge alligators uit het ei en maken piepende geluidjes om de moeder te lokken.

Deze graaft de juvenielen uit en draagt ze in haar bek naar het water. Door langzaam heen en weer te schudden worden de jonge alligators aangemoedigd het water in te gaan.

Ondanks de felle reactie van de moeder bij gevaar sterven vele juvenielen door aanvallen van zoogdieren, vissen en andere alligators, vooral grotere mannetjes.