banner
   
Home Kerkuil - Tyto alba Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Kerkuil Safaripark 2008

De kerkuil, zoals zijn naam al doet vermoeden, broedt in kerktorens, maar ook in andere gebouwen, zoals schuren en holten in bomen en rotsen.

In tegenstelling tot andere uilen, die hun prooi in hun klauwen dragen, gebruikt de kerkuil meestal zijn snavel.

Kerkuil Safaripark 2008
Kerkuilen komen meestal pas bij schemering tevoorschijn. Ze vliegen ongeveer 4 tot 6 meter hoog met een tamelijk snelle, maar toch lange vleugelslag. Ze hebben een vast parcours dat ze nacht na nacht afleggen. Ze cirkelen dan rond en af en toe laten ze zich op de grond vallen om een prooi te grijpen. De buit wordt meegenomen naar het nest of naar een vaste rustplaats.
Kerkuilen bouwen geen nest, de eieren worden gwoon tussen braakballen gelegd. Het vrouwtj broedt alleen de eieren uit en in die tijd zorgt het mannetje voor voedsel.

Na 9-12 weken verlaten de jongen het nest en palen ergens een eigen territorium af, waar ze hun verdere leven blijven.
De oren van de kerkuil zijn bijzonder goed ontwikkeld. Onder de veren zitten huidflapjes verborgen die het uitwendig oor vormen. Deze flapjes staan niet symmetrisch aan de kop, zodat het geluid door het ene oor iets eerder of later opgevangen wordt dan door het andere oor. Hierdoor kan de uil zo prachtig de plaats van zijn prooi bepalen.
 

Amerika, Europa, Azië, Australië en Afrika 

3-7 eieren

   
Leefomgeving Broedtijd
   

half open laagland gebieden

30-32 dagen

   
Voedsel Leeftijd
   

muizen en andere kleine zoogdieren

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

♂ 32-38 cm.
470 gram
♀ 34-40 cm
570 gram
spanwijdte
95 cm.