banner
   
Home Sneeuwuil - Bubo scandiacus voorheen Nyctea scandiaca Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Sneeuwuil Avifauna 2005 Sneeuwuil Dierenrijk 2007

Sneeuwuilen zijn de enige uilensoort in de Arctica,
alleen het mannetje is bijna geheel wit.

Sneeuwuil Dierenrijk 2007 De isolatie die het verenkleed van de sneeuwuil biedt, is buitengewoon ontwikkeld. Om te beginnen is deze vogel bijna geheel bevederd.

Hij heeft een korte snavel, waarvan alleen het puntje uitsteekt. De ogen worden beschermd door lange, dichte wimpers. De poten zijn gehuld in een lange veren 'broek', die doorloopt tot op de klauwen. Onder de strakzittende laag dekveren draagt het dier warm 'ondergoed' van fijn dons.
   
Ten slotte draagt ook de structuur van de veren bij aan hun isolerende werking: de kern van de veren is hol, zodat ze warme lucht kunnen opslaan.

Bij voorkeur gaat de sneeuwuil in de schemering op jacht. Hij jaagt ook overdag, dat is te zien aan de kleur van de ogen. Hoe donkerder de ogen hoe later op de avond een uil op jacht gaat.
Sneeuwuil Dierenpark Emmen 2004
 
 

Noord Eurazië, Noord-Amerika en Groenland

3-4 eieren

   
Leefomgeving Broedtijd
   

toendra's

30-34 dagen

   
Voedsel Leeftijd
   

Kleine zoogdieren, vogels en vissen

35 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

55-60 cm.
spanwijdte
ruim 1 meter
1,6-2,9 kg.

spanwijdte 128-148 cm

De sneeuwuil heeft een hoofdzakelijk wit verenkleed met bruine vlekken.

Vooral mannetjes en oudere exem-plaren zijn witter dan de anderen.
Sneeuwuil Aqua Zoo 2007 Het wit reflecteert in de zon, een eigen-schap die de vogels zouden gebruiken om hun aanwezigheid kenbaar te maken in hun territorium.

De witste vogels maken mogelijk ook gebruik van de albedo van sneeuw, waardoor ze mogelijk lagere, minder zichtbare zitplaatsen kunnen uitkiezen dan gevlektere exemplaren.
Het gezicht, de keel en de borst zijn het witst en worden het meest in de zon geplaatst.